6 augustus 2014

Column

Madeleen Koldewe

Madeleen zeilt tijdens de woensdagavond cup met
haar broer Rik mee op de Boekanier.
Ze schrijft speciaal voor de WSVLH over haar ervaringen.

Wat een sexy schip; voelbare kracht, groot en gracieus

19.45 uur. De starttoeter schalt. De zeilen staan afgesteld en we passeren als eerste de startlijn. De boot snijdt door het water. Mijn blik dwaalt af naar achteren. Door de open achterkant zijn de golven zichtbaar die de boot achter zich laat. De tekeningen in het water verraden een hoge snelheid. Net als de achterblijvende concurrerende boten. Goh, zeilen op een Salona 41 is heel anders dan op een Optima 101.
 
Rik en ik varen mee met Martijn. “Madeleen, jij trimt het grootzeil vandaag.” Kijkend naar het immens grote zeil val ik letterlijk en figuurlijk bijna achterover. Hoewel de regen net niet meer valt, waait het behoorlijk. Hoe soepel de Salona ook vaart, kracht zal nodig zijn. Behendigheid wellicht ook. 
 
Rik bij de grootschoot. Ik bij de traveler. De eerste manoeuvre komt eraan. Vol overgave zet ik het grootzeil naar de andere kant van het schip. Hoewel, dat is de bedoeling. Met het touw in mijn handen, glijd ik uit. Languit, gestrekt in de kuip.  “Madeleen, ga jij maar hyken”, luid het volgende bevel. 
 
En daar zit ik dan. Naast twee mannen aan de hoge kant van de boot. Met ons gezamenlijke gewicht trachten we de ideale ligging in het water te bereiken. Kou treedt in. Het oude zeilpak houdt dat niet tegen. Toch brandt het innerlijk vuur. Wat een sexy schip. Voelbare kracht, groot en gracieus. In gedachten varen we nog maanden door, richting Caribisch gebied en verder... 
 
Ooit… Eerst finishen en afmeren bij Jachthaven Lelystadhaven